Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de relaties met de Democratische Republiek Congo" (nr. P2428)

Vraag Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze week werd de nieuwe Belgische ambassade in Kinshasa ingehuldigd. Het is een indrukwekkend ambassadegebouw, en felicitaties voor de ontwerpers en de uitvoerders ervan zijn gepast. Ook de Nederlandse vertegenwoordiging, met wie de samenwerking goed verloopt, krijgt een plaats in dat mooie ambassadegebouw. Het indrukwekkend ambassadegebouw staat echter in schril contrast met de minder indrukwekkende vertegenwoordiging van de Congolese regering ter plaatse. Dat komt ook omdat uw bezoek aan Congo kadert in het voortdurend uitstel van de verkiezingen. Vandaag nog vindt er een grote manifestatie plaats in de 134 districten van Kinshasa, de Rassop-mobilisatie. Wij weten dat en hebben er de voorbije jaren al een aantal keren gewezen op dat de verkiezingskalender maar één vaste waarde kent, met name voortdurend uitstel. In 2011 kondigde men al aan dat er in december 2016 verkiezingen zouden plaatsvinden. Daarna sneuvelde het Sylvesterakkoord en zouden de verkiezingen in 2017 plaatsvinden maar nu zouden ze in 2018 worden georganiseerd. Ik geloof in Sinterklaas, maar ik denk niet dat de Congolezen nog in verkiezingen geloven. Voortdurend de ijdele hoop koesteren dat men mag gaan stemmen, telkens gevolgd door de ontgoocheling omdat het niet mag, tast het vertrouwen van de Congolezen in de democratie aan. Bovendien wijs ik erop dat democratie niet alleen betekent een stemhokje neerzetten en de mensen hun stem laten uitbrengen. Democratie is meer dan dat, men moet ook de oppositie ruimte laten en een wisselwerking mogelijk maken. Het is het regime dat democratie mogelijk maakt. Mijnheer de minister, mijn vragen betreffen de huidige positie van Kabila en zijn regering. Eigenlijk is deze regering vandaag niet meer gelegitimeerd. Sedert 2016 is Kabila geen president meer. U kondigt aan opnieuw over bilaterale samenwerking te willen onderhandelen, maar met wie zult u dan spreken? Hoe moet ik dat zien? En wat de inhoud betreft, wat zou een nieuwe samenwerking betekenen?

 

Antwoord Minister Didier Reynders: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik ben net terug uit de regio. Ik was in Kinshasa voor de inhuldiging van onze nieuwe kanselarij, met mensen van de meerderheid, het Parlement, de gouverneur van Kinshasa, mensen van de oppositie en zelfs de voorzitter van de CENI. Er waren dus veel aanwezigen tijdens de zeer mooie inhuldiging. Het klopt, mijnheer Luykx, dat er ook een goede samenwerking is met Nederland. Het is bijna een Benelux-ambassade. Ik heb ook contact gehad met de CENCO in Kinshasa en met een aantal verdedigers van de mensenrechten. Het is zeer nuttig om contact te hebben met mensenrechtenverdedigers ter plaatse. Daarna heb ik in Abidjan contact gehad met een aantal collega's uit de regio. Ik denk aan mijn collega's van Angola, Oeganda en Gabon. Zoals ik enkele weken geleden al aangekondigd had, heb ik ook een lunch gehad met mijn Congolese collega, Léonard She Okitundu, in onze residentie, de Belgische ambassade in Abidjan. Hij was dus niet in Congo, maar in onze ambassade in Abidjan. Ik wil hier eerst en vooral hetzelfde zeggen als in Kinshasa: wij zijn zeer duidelijk geëngageerd in Congo, maar wij kiezen geen kamp. Wij willen komen tot verkiezingen en wij staan aan de zijde van de Congolese bevolking. Dat is de reden waarom ik ook een bezoek heb georganiseerd in verschillende wijken in Kinshasa waar zeer arme mensen wonen, waar er op dit moment grote armoede is. Ik denk ook aan de zeer moeilijke veiligheidssituatie, niet alleen in Kasaï, maar ook in het Oosten. Wat het verkiezingsproces betreft, nu hebben wij een datum. Spijtig genoeg valt die zeer laat, namelijk op 23 december 2018. Wij moeten alle mogelijke garanties krijgen, niet alleen vanuit Congo, maar ook uit de regio. Er is ook samenwerking nodig met de Europese Unie, de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties. Het gaat niet alleen om garanties voor een mogelijk verkiezingsproces voor de Congolese bevolking, er moet ook een zeer grote openheid bestaan voor een publiek debat. Er moeten maatregelen komen voor een décrispation. Ik verwijs daarvoor naar het akkoord van vorig jaar. Dat wil zeggen dat er mogelijkheden moeten komen voor veel opponenten om terug te keren naar Congo of voor de vrijlating van een aantal personen die nu in gevangenis zitten. Ten slotte heb ik gezien dat niet alle betogingen verboden waren. Er was een betoging juist naast de ambassade in Kinshasa. Daar vond een protestactie plaats om het stoffelijk overschot van Lumumba op te eisen. Ik heb gezegd dat wij een toelating vragen voor alle betogingen, zeker voor de opponenten. Dat is nu het geval. Er is een toelating voor een specifieke demonstratie op 30 november. Ik heb voorts aan mijn collega gezegd dat de nieuwe ngo-wet onmogelijk is omdat zij misschien een verbod zou inhouden voor een aantal internationale ngo's om nog aan het werk te zijn in Congo. Wij zijn, ten slotte, bereid om steun te verlenen aan het verkiezingsproces, niet alleen België, maar ook de internationale gemeenschap, maar wij moeten eerst garanties krijgen van Congo over een geloofwaardig proces tot en met december volgend jaar. Ik heb bij mijn Congolese collega ook gepleit voor een herziening van onze samenwerking met Congo in de huidige omstandigheden. Ik heb dus een uitnodiging aan mijn collega gestuurd voor mijn reis naar Kinshasa en Abidjan, maar ik heb dat ook in Abidjan gezegd. Ik heb aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Ontwikkelingssamenwerking van Congo gevraagd om naar Brussel te komen voor een echt gesprek met Alexander De Croo, minister van Ontwikkelingssamenwerking, en mijzelf voor een echte herziening van onze samenwerking. U weet dat de militaire samenwerking is opgeschort op vraag van Congo, maar wij moeten bekijken wat er nu mogelijk is. Wij moeten tot een herziening van onze samenwerking komen, in de volgende week in een voorbereidende fase met de experten en misschien begin volgend jaar met een bezoek van de twee Congolese collega's aan Brussel.

 

Repliek Peter Luykx (N-VA): Mijnheer de minister, ik vind het goed dat u ervoor blijft pleiten dat de Congolezen moet kunnen kiezen. U hebt dat ter plaatse in Kinshasa gezegd en hier herhaald. We vinden het goed dat u ook garanties vraagt voor een verkiezingsproces dat moet kunnen plaatsvinden en dat niet – zoals collega Els Van Hoof zei – keer op keer op niets uitloopt. In die zin dus alle lof. Wanneer de CENI haar voorwaarden stelt in de aanloop – opnieuw – naar een verkiezingsproces in december van volgend jaar, dan zien we dat die voorwaarden zo streng zijn dat het leest alsof het al bijna onmogelijk is. We moeten ons daarvan dus bewust zijn. We moeten ons ook bewust zijn van de moeilijke positie waarin de Congolees zich bevindt. Ik richt me dan ook tot alle Congolezen, zoals u dat ook in Kinshasa hebt gedaan: "Na motema naza na bino." Dat wil zeggen: wij zijn met ons hart bij jullie, bij de Congolezen, die opnieuw in moeilijke omstandigheden dit verkiezingsproces proberen door te maken.