Schriftelijke Vraag aan minister D. Reynders betreffende: "Ontmoeting van de eerste minister met president Kabila"

Vraag van Peter Luykx 08/11/2017:

Het is stevig aan het rommelen in Congo, een land in crisis. Niet alleen is er sprake van een aanhoudende bloedige opstand in Kasaï, met duizenden doden en een miljoen ontheemden tot gevolg, van pertinent aanwezig geweld in Kivu en van incidenten in Bas-Congo. Er is ook de politieke impasse die het land nog steeds in haar greep houdt. President Kabila regeert al maanden zonder mandaat en het is nog maar de vraag op welke dag wij in de krant over de volgende democratische verkiezingen in Congo zullen mogen lezen. Ondertussen blijven de Congolezen onder de armsten ter wereld en is er noch humanitaire, noch civiele vooruitgang. Het Congolese volk is het zat, maar elke vorm van kritiek wordt beantwoord met keiharde repressie. Er is dan ook een oplopende spanning waar te nemen tussen de Congolese staat en haar inwoners. Gezien de huidige situatie in Congo, zal het u dan ook niet verbazen dat de recente ontmoeting van onze eerste minister met president Kabila in de marge van de Algemene Vergadering van de VN grote interesse en nieuwsgierigheid bij mij heeft opgewekt. Premier Michel heeft na afloop echter zeer summier over deze ontmoeting bericht. De premier noemde het gesprek leerrijk en handig. Deze uitspraak is veeleer mysterieus dan informatief.

1. a) In welke opzichten was het gesprek leerrijk en handig? b) Wat waren de exacte inhoudspunten die tijdens dit gesprek besproken werden? c) Welke standpunten heeft de eerste minister namens ons land tijdens dit onderhoud aan de president overgebracht?

2. Waarom was u, samen met collega minister De Croo, niet bij deze ontmoeting aanwezig, terwijl jullie beiden ter plaatste waren?

Antwoord van minister Reynders 29/01/2018:

Bedankt voor deze verschillende vragen over de situatie in de DRC, die ook deze keer centraal stond in de contacten die ik had in marge van de opening van de Algemene Vergadering in New York op 18 september ll. Ik zal eerst ingaan op de algemene situatie, om daarna te antwoorden op een aantal specifieke vragen. - Politieke situatie Op 19 september begon in New York de ministeriële week, met ook een aantal vergaderingen over de DRC. Ik had zelf een ontmoeting met de Congolese minister van Buitenlandse Zaken, maar ook de oppositie en de civiele maatschappij. Daarnaast waren er specifieke vergaderingen gewijd aan de situatie in de DRC. Het onderwerp kwam terug tijdens verschillende bilaterale gesprekken. Een ontmoeting tussen onze eerste minister en president Kabila had plaats op 22 september. Op 27 september had ik daarnaast een ontmoeting met de Congolese bisschoppenconferentie (CENCO). Eind vorige week sprak ik ook met president Museveni. België blijft de situatie in de DRC op de internationale agenda plaatsen, ondanks andere crisissen. Ik ben heel erg ongerust over de politieke situatie, bij gebrek aan een loyale implementatie van het Nieuwjaarsakkoord. De verkiezingen hebben opnieuw vertraging opgelopen en er is nog geen verkiezingskalender bekend. De vrees bestaat, gezien de signalen die door de Congolese gesprekspartners werden uitgestuurd, dat ze de verkiezingen op de lange baan wensen te schuiven, wat verontrustend is. Als gevolg van deze situatie zijn de spanningen over het hele land opnieuw snel aan het toenemen, terwijl, zelfs vreedzame manifestaties nog steeds verboden blijven. De socio-economische vooruitzichten zijn niet goed (voedsel- en brandstofprijzen stijgen) en de sociale onrust neemt toe, met onder andere meerdere stakingen. Ook de veiligheids- en de humanitaire omstandigheden verslechteren geleidelijk in de provincies. Dit alles maakt de situatie zeer volatiel en onvoorspelbaar, met weinig onmiddellijke vooruitzichten op verbetering. Wat kan worden onthouden van de contacten en vergaderingen in New York is de wens van de gehele internationale gemeenschap, ook binnen de regio, van een democratische machtsovergang door middel van eerlijke verkiezingen, gebaseerd op het respect voor de Grondwet en het Oudejaarsakkoord. Een eerste element daarbij is het afkondigen van een realistische en consensuele kieskalender, binnen redelijke termijnen, met een duidelijk budget en chronogram, zodat we eindelijk het verkiezingsproces beter zullen kunnen opvolgen. Daarnaast moet er ook werk worden gemaakt van een aantal randvoorwaarden, zoals de onafhankelijkheid van de electorale commissie, het openen van de politieke ruimte, het garanderen van de vrijheden en het respect voor de mensenrechten. Ook over de noodzaak van "vertrouwenswekkende maatregelen", onder meer voorzien in het Oudejaarsakkoord, bestond een grote internationale consensus in New York. Interessant is ook dat de AU en de SADC initiatieven voorbereiden om via Gezanten met de Congolese leiders te gaan overleggen, en eveneens met experten de verkiezingsvoorbereidingen gaan ondersteunen. Het onderhoud tussen de premier en president Kabila verliep onder vier ogen, dus ook zonder aanwezigheid van mijn Congolese ambtsgenoot, die ik trouwens eerder in de week had gezien. Het gesprek diende om de kanalen open te houden en om de blijvende aandacht van ons land voor de situatie in de DRC te beklemtonen. Premier Michel zei me dat hij aandrong op het organiseren van eerlijke verkiezingen, zoals hij dit ook in zijn toespraak voor de Algemene Vergadering deed, waarin hij ook aandacht had voor de humanitaire - en veiligheidssituatie. Naar verluidt gaf de president geen details over de data voor de organisatie van deze verkiezingen. Voor het overige denk ik dat we niet mogen ingaan op de verdeel- en heers-strategie die in sommige Congolese kringen op de sociale media wordt gevolgd. Ik wil erop wijzen dat het onze stellige overtuiging is dat een oplossing voor de Congolese crisis in de eerste plaats van de Congolese actoren zelf moet komen, in het geest van wat op 31 december werd gedaan. Enkel vreedzame middelen zijn aanvaardbaar, maar ik geef toe dat we vrezen dat de situatie - vooral gelet op de socio-economische situatie - op oncontroleerbare wijze kan ontaarden. Zowel de regionale als de internationale actoren moeten deze inspanningen ondersteunen. Ik wens eraan te herinneren dat wij voorstander zijn van eerlijke verkiezingen, hetgeen niet noodzakelijk wil zeggen dat de oppositie aan de macht moet komen. Iedereen moet een kans krijgen. Ten slotte stel ik vast dat het corruptieniveau en de impact ervan op de Congolese overheidsfinanciën een belangrijke rem vormen voor de financiering en dus ook de organisatie van de verkiezingen en dat we dit met aandacht moeten blijven volgen. Het is cruciaal dat de EU eensgezind blijft in dit Congolese dossier. Ondanks allerlei geruchten is de Unie hier steeds in geslaagd, onder meer door individuele verantwoordelijkheid aan de orde te stellen en zo druk uit te oefenen. Ik zal mij blijven inzetten voor een eensgezind Europees optreden. - Mensenrechtenschendingen in de Kasaï Zoals u aangeeft, is de situatie in de Kasaï-regio in de DRC zorgwekkend, in het bijzonder wat betreft de veiligheids- en mensenrechtensituatie evenals de humanitaire impact. Het interne conflict heeft zich intussen verspreid over grote delen van de DRC. Het aantal ontheemden is het voorbije jaar gestegen tot een record van 3,8 miljoen. Alleen al in de regio Grand Kasaï zijn 1,4 miljoen mensen ontheemd. Ruim één miljoen daarvan zijn er sinds begin 2017 bijgekomen, 800.000 onder hen zijn minderjarig. Dat maakt de situatie in de 'Grand Kasaï' momenteel tot de snelst groeiende interne volksverhuizing in de wereld. In juni 2017 stuurde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten inderdaad gedurende 10 dagen een team van mensenrechtenexperts naar Angola, waar vluchtelingen uit de Kasaï-regio werden geïnterviewd. Op basis van deze missie werd het rapport opgesteld waarnaar u verwijst. De Resolutie die tijdens de 35e sessie van de Mensenrechtenraad in juni 2017 werd aangenomen voorziet dat een team van internationale experts ter plaatse wordt gestuurd om de feiten en de omstandigheden van de mensenrechtenschendingen uit te klaren, zodat de overtreders kunnen worden aangeklaagd, ongeacht de banden die ze hebben. Ook tijdens de 36e sessie van de Mensenrechtenraad in september 2017 is ons land opnieuw tussengekomen in de interactieve dialoog in verband met de DRC om onze ernstige bezorgdheid te uiten over de mensenrechtensituatie en de humanitaire crisis die deze tot gevolg heeft. De missie van internationale experten werd de voorbije weken voorbereid en ik volg dan ook zeer aandachtig het verder verloop ervan op opdat zij haar mandaat volgens de internationale normen, dus in alle onafhankelijkheid, zou kunnen uitvoeren. Daarnaast pleit ons land ook voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de moord op de twee VN-experten. Ons land zal tenslotte blijven aandringen dat de MONUSCO haar mandaat op het vlak van de bescherming van burgers zo effectief en efficiënt mogelijk zou vervullen. Tijdens deze ministeriële week heeft mijn collega van Ontwikkelingssamenwerking bovendien de beslissing bekend gemaakt om zes miljoen euro extra humanitaire middelen vrij te maken voor de DRC. Dat brengt het totaal van de Belgische humanitaire hulp voor de DRC in 2017 op 14,3 miljoen euro. Ons land toont daarmee zijn onvoorwaardelijke solidariteit met de Congolese bevolking. We zullen de komende weken en maanden de situatie van nabij blijven opvolgen en tijdig de aandacht vragen van de internationale gemeenschap, in de eerste plaats de EU en de VN, maar ook de regio, om de Congolese bevolking niet te vergeten in deze moeilijke tijden. - Geweld in de provincie Zuid-Kivu Wat de situatie in de provincie Zuid-Kivu betreft, heb ik het geweld veroordeeld tussen de ordediensten en Burundese vluchtelingen in Kamanyola (Zuid-Kivu), omdat ik geschokt was door het grote aantal slachtoffers onder de burgers die op 15 september naar Zuid-Kivu in de DRC vluchtten. Volgens geloofwaardige berichten die MONUSCO ontving, hebben de Burundese asielzoekers en vluchtelingen tegen de lokale autoriteiten betoogd nadat vier onder hen waren teruggeleid naar de grens. Een officier van de FARDC werd gedood bij de schermutselingen tussen beide partijen, waarna het geweld escaleerde. De Congolese defensie- en veiligheidsdiensten reageerden hierop door op disproportionele wijze het vuur te openen op de betogers. Volgens Monusco lieten hierbij 36 Burundese vluchtelingen het leven. Naar aanleiding van deze incidenten heb ik opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek naar deze dodelijke confrontaties opdat de verantwoordelijken voor het gerecht worden gedaagd. Er werd een VN-ploeg ter plaatse gestuurd, maar we hebben nog geen verdere informatie. Ik heb ook benadrukt dat de defensie- en veiligheidsdiensten pas in laatste instantie tot geweld mogen overgaan en overeenkomstig de internationale normen de beginselen van noodzaak, proportionaliteit en wettelijkheid moeten naleven. Enkele dagen later, op 25 september, zouden de Congolese defensie- en veiligheidsdiensten in de Panzi-wijk in Bukavu schoten hebben gelost om de menigte uit elkaar te drijven die er betoogde tegen de onveiligheid en de herhaalde gewapende overvallen. Volgens de civiele samenleving bedraagt de balans van deze interventie vijf doden (waaronder een meisje van acht jaar, een politieagent en een zwangere vrouw) en tientallen gewonden. Ook raakten 13 politieagenten gewond, van wie negen ernstig. Het UN Joint Human Rights Office voert een onderzoek om meer gedetailleerdere informatie te verkrijgen. Ik ben ontzet door deze gebeurtenissen en roep op tot een proportionele inzet van geweld. Zoals u ziet verergert de veiligheidssituatie samen met deze van de mensenrechten en de humanitaire situatie, recent nog de incidenten in Uvira. Het uitblijven van geloofwaardige verkiezingen draagt uiteraard precies bij tot het huidige klimaat van geweld en rechteloosheid, dit geweld kan dus geen excuus zijn om deze verkiezingen te blijven uitstellen, zeker gezien het optreden van de veiligheidsdiensten zelf niet onbesproken is. Hoe langer de verkiezingen uitblijven, hoe groter de kans op een instabiliteit. - Strijd tegen de kinderarbeid in de Congolese mijnsector Het actieplan van 2011 ter eliminatie van kinderarbeid in de DRC lijkt weinig resultaat te hebben opgeleverd. Het probleem stelt zich vooral in de informele mijnen, en niet zozeer in de formele mijnsector. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) hield hier vroeger gegevens over bij, maar beschikt niet meer over deze middelen en capaciteiten. Het actieplan dat recent werd gelanceerd werd medegefinancierd door de ILO, maar deze organisatie blijkt niet eens over de finale versie te beschikken. Het plan had in verschillende sectoren moeten worden onderverdeeld (mijnen, landbouw, enz.), maar dit is niet gebeurd. Men heeft blijkbaar ook geen rekening gehouden met de decentralisatie. Met dit in gedachten is het moeilijk om het actieplan te beoordelen. In het algemeen lijkt de problematiek van de kinderarbeid in de mijnsector geen prioriteit van de overheid. Wat bovendien nodig is (naast actieplannen) zijn uiteraard de concrete acties op het terrein, en uit contacten tussen de ambassade en een lokale ngo actief in Zuid-Kivu rond dit thema blijkt dat er weinig acties plaatsvonden. - Onrustwekkende verdwijning van een Belgische journalist in Congo Ik bevestig dat journalist Quentin Noirfalisse in de nacht van 22 september naar België is teruggekeerd. Onze ambassade heeft consulaire bijstand gegeven in de vorm van permanente contacten tussen de post en de Congolese autoriteiten, consulaire bezoeken, de bezorging van voedsel en het verstrekken van hulp voor zijn vlucht van donderdagavond naar België. Meteen na de aankondiging van de arrestatie werd contact opgenomen met de Congolese autoriteiten (DGM) teneinde te weten te komen waarheen de heer Noirfalisse, die zich op dat moment in een kantoor van de DGM bevond, was gebracht. De volgende dag kon onze ambassade een bezoek brengen aan onze landgenoot, die vervolgens werd overgebracht naar het ANR. Na zijn verhoor keerde hij terug naar de DGM, waarna hij diezelfde dag nog het vliegtuig kon nemen. Ik benadruk hierbij de gewaardeerde medewerking van de vertegenwoordigster van WBI en de verbindingsofficier van de dienst Vreemdelingenzaken. Wat de reden voor de arrestatie van de heer Noirfalisse betreft, zouden de inlichtingendiensten van de DRC - tenminste voor zover wij weten - zijn naam in verband hebben gebracht met de LUCHA-beweging, hoewel hij hieromtrent niet echt werd verhoord. De heer Noirfalisse zou "ongewenst" zijn verklaard en teruggeleid zijn naar de grens. Hij kreeg geen inreisverbod opgelegd. Ik ben bezorgd om de situatie van zowel nationale als internationale journalisten en media in de DRC. Recente maatregelen van de minister van Communicatie en Media die tot doel hebben buitenlandse journalisten te censureren en hun bewegingsvrijheid in te perken, lijken mij behoorlijk verontrustend. Verschillende internationale journalisten kregen geen visumverlenging. U herinnert zich dat vijf Belgische journalisten in december 2016 zelfs Congo werden uitgezet. Verder heb ik geen weet van andere bedreigingen ten aanzien van landgenoten. - 12 Belgische militairen geblokkeerd in de DRC Ter herinnering, op 11 april 2017 heeft de regering van de DRC België schriftelijk op de hoogte gebracht van haar beslissing om het Programma van Militair Partnerschap (PMP) met België op te schorten. Vervolgens stelde zich het probleem van de overvliegvergunningen voor het terugbrengen van gevoelig materieel en logistiek personeel uit Kindu. Nadat ik bij mijn ambtgenoot, de minister van Buitenlandse Zaken van de DRC, en de eerste minister bij president Kabila waren tussengekomen, zijn blijkbaar richtlijnen gegeven zodat dit PPM op een ordelijke manier kon worden beëindigd, met inbegrip van de terugkeer van onze logistieke medewerkers op 28 juli 2017, waardoor een einde kwam aan een uiterst onaangename situatie voor het militair personeel dat enkele weken ter plaatse moest blijven.