Vraag van de heer Peter Luykx aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen, over "de balans van de missie naar Congo"

Peter Luykx (N-VA):
Mijnheer de minister, u bent samen met uw collega De Croo terug van een bezoek aan Congo, een rumoerig land, waar heel wat protest leeft. Het is een opstandig Congo, dat eigenlijk de verkiezingen van 2011 niet helemaal verwerkt heeft. Overigens moet ik wat Hugo Camps in De Morgen schreef, namelijk dat voor de N-VA Congo niet zou bestaan, hier toch tegenspreken. Onze fractie volgt het dossier aandachtig. We hebben de voorbije weken en maanden diverse vragen gesteld over het politiek geweld in Kinshasa, over de fel gecontesteerde volkstelling, die alleen een uitstel van de verkiezingen zou betekenen, over de soloslim van Kabila ten opzichte van de FDLR en over de vertroebelde relaties met MONUSCO. Onze fractie vindt het dossier belangrijk. Congo is een belangrijk donorland. Met de bestaande expertise van onze diplomatie kunnen we een rol spelen, als we dat willen.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen voor u.

Ten eerste, de heer Malu Malu, voorzitter van de CENI, heeft de kalender bekendgemaakt voor de verkiezingen, die 1,14 miljard kosten. Schuilen er volgens u nog addertjes onder het gras? Of is het een haalbare kalender?

Ten tweede, ik las in uw persbericht vandaag dat u zowel met de oppositie als met het middenveld gesproken hebt. Dat is zeer goed, maar hebt u ook gesproken met Moïse Katumbi? Hij is nog geen kandidaat, maar wel een belangrijk lid van de oppositie in Katanga, een tegenkandidaat van Kabila, ook al behoort hij tot dezelfde partij.

Graag kreeg ik van u een antwoord op mijn vragen, los van uw impressie, mijnheer de minister.

 

Minister Didier Reynders:

We hebben samen gesprekken gevoerd – met de minister van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, de eerste minister, de president en het middenveld – en ook apart. Minister De Croo heeft de Belgische Technische Coöperatie bezocht en ik heb de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, de voorzitter van de Nationale Assemblee, de oppositie en een aantal gouverneurs, onder wie de gouverneur van Katanga, ontmoet Sinds 2012, toen velen zich afvroegen of het opportuun was naar Congo te reizen, hebben we dezelfde boodschap gebracht. In drie dossiers hebben we ons onverzettelijk getoond. Wat het verkiezingsproces betreft, moet de Grondwet worden nageleefd, met inbegrip van de verkiezingskalender en dus ook van de datum voor de presidentsverkiezingen (27 november 2016). We zullen trachten dat proces te begeleiden. We moeten een realistische begroting hebben, de door de CENI voorgestelde berekening verifiëren en de door de DRC voorgestelde financiering analyseren. Dan zullen we zien hoe we de financiering kunnen rondkrijgen. De kalender wordt door iedereen aanvaard.

Ten tweede, de heer Luyckx heeft gevraagd naar de relatie met de verschillende partners in verband met het oosten van Congo. We vragen al drie jaar om een echte actie tegen de gewapende groeperingen. Eerst was dat vooral tegen M23, maar daarna ook tegen andere groepen. Dankzij de opleiding gegeven door ons leger, zijn er nu enkele goede bataljons bij de FARDC. Wij werken met de FARDC en MONUSCO. 

Tot nu toe is er succes op het terrein geboekt, eerst en vooral tegen M23, en nu zijn wij bezig met acties tegen de FDLR. Dat werd al jaren geleden gevraagd, ook door het Parlement. Wij zijn daarmee bezig en ik probeer goed samen te werken met de FARDC in Congo en met MONUSCO. We moeten aansturen op de vrijwillige resocialisatie van alle strijders die uit die gewapende groeperingen stappen. Er kan natuurlijk geen sprake van zijn ze op te nemen in de veiligheidstroepen, maar ze kunnen wel deelnemen aan andere activiteiten en zo weer een rol opnemen in de maatschappij. We vragen ons af of sommige terroristische daden in de regio Beni waar de rebellengroepering ADF-Nalu de hand in heeft niet veeleer aansluiten bij extremistische acties in andere Afrikaanse landen. Daarom versterken we de internationale samenwerking en de uitwisseling van inlichtingen.

Ten derde, wat de ontwikkeling betreft, er is vooruitgang, maar het is onmogelijk om een groei op te merken van bijna 10 % in Congo zonder een echt positief gevolg voor de hele bevolking. Dat hebben we allebei gezegd. Er moet een meer inclusieve groei in het voordeel van de hele bevolking komen. Wij zullen dat doen met Ontwikkelingssamenwerking door een engagement op verschillende domeinen op te nemen. Op het vlak van de gezondheidszorg zullen wij bijvoorbeeld professionele opleidingen blijven geven. De minister van Ontwikkelingssamenwerking zal u meer details geven in de commissie. België heeft voorstellen gedaan met betrekking tot de vervoersinfrastructuur. De ontwikkeling moet inclusief zijn maar ook met inachtneming van de mensenrechten gebeuren. We vragen dat de DRC eindelijk het Statuut van Rome zou onderschrijven en dat de Nationale Mensenrechtencommissie zou worden geïnstalleerd.

Na de betogingen van januari heb ik met de Congolese minister van Binnenlandse Zaken gesproken. Hoe reageren op het buitensporige gebruik van geweld? Door de politieagenten beter uit te rusten en op te leiden. Er zijn mensen aangehouden, we dringen aan op hun vrijlating. We verzetten ons tegen de blokkering van het internet, maar we hebben de operatoren gecontact om een compromis te zoeken. We willen dat sommige onderzoeken resultaten opleveren; ik denk bijvoorbeeld aan de mislukte aanslag op Emmanuel de Merode, die het Virungapark beheert. Aan de Congolese minister van Justitie heb ik gevraagd dat er werk zou worden gemaakt van de wederzijdse rechtshulp tussen de DRC en ons land, en van de invrijheidstelling van Belgen die nog in de DRC opgesloten zitten. Ook achter de adoptiedossiers dient er vaart te worden gezet, opdat onze ambassade niet langer als kinderopvang zou fungeren en er een nieuwe adoptiewet zou komen.

Kortom, er wordt vooruitgang geboekt, ook al valt er meer te doen. Kijk naar wat er gebeurt in de Sahel en elders! We moeten voorkomen dat Centraal-Afrika in dezelfde malaise terechtkomt en onze schouders zetten onder het verkiezingsproces. We moeten de veiligheid in Oost-Congo verbeteren, de ontwikkeling inclusiever maken en ervoor zorgen dat de mensenrechten daarbij beter in acht worden genomen.

 

Peter Luykx (N-VA):

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Uit uw gedrevenheid merk ik dat Congo niet alleen voor de N-VA, maar ook voor deze regering bestaat. Ik ben tevreden dat u met de betrokken persoon, de heer Moïse Katumbi, contact hebt gehad. 

België heeft met de ondersteuning van het derde bataljon een belangrijke rol gespeeld en heeft ook gezorgd voor een versterking van het militaire apparaat. Toch had ik veel liever een blijvende samenwerking met MONUSCO gezien. Dat ware beter geweest en het is te betreuren dat die relaties vertroebeld zijn. Dat blijft mij verontrusten.

Tot slot — en dat blijft natuurlijk het belangrijkste sluitstuk van het volgende jaar —, Congo is op weg naar de ultieme verkiezingen, de verkiezingen van de laatste kans. Ik houd mijn hart vast dat er, in de korte aanloop die ons nog rest om deze verkiezingen in zo’n gigantisch land met bijna zeventig miljoen inwoners te organiseren, iets mis zou lopen. Ik doe een beroep op de waakzaamheid van deze regering en op u en uw collega, om de ontwikkelingen op te volgen.