Sociale netwerksites met de dag hatelijker

Door Peter Luykx op 28 januari 2010, over deze onderwerpen: Cultuur, Media

21.321 leden voor de facebookpagina ‘Linda De Win moet uit de slimste mens’ en posts als ‘Linda De Wim moet gewoon dood’, 9.258 fans voor ‘Anti-Witsel’, haatcampagnes tegen André-Mutien Leonard, de nieuwe aartsbisschop, enz.

De opmars van haatgroepen op sociale netwerksites als Facebook, LinkedIn, Twitter of Netlog is niet meer te stuiten en niemand wordt gespaard. Het Simon Wiesenthal Centrum berekende dat minstens 10.000 websites, netwerkgroepen en blogs aanzetten tot haat, geweld, racisme en zelfs terrorisme.
Bij ons is het fenomeen ‘haatgroepen’ opnieuw onder de aandacht sinds VRT-journaliste Linda De Win deelneemt aan De Slimste Mens ter Wereld en daarbij volgens sommigen net iets te veel ambitie vertoont. De tsunami van scheldtirades die haar tijdens de eerste weken van het spel overviel, was ongezien. Vanavond speelt ze de finale, en haar tegenstanders maken zich ongetwijfeld opnieuw op voor een nieuw rondje ‘Linda-bashen’. Moeten we haatgroepen en grof taalgebruik nu aanpakken of moeten we er simpelweg mee leren leven?

Linda De Win had zich 2010 en haar deelname aan een vermakelijk spelletje ongetwijfeld anders voorgesteld. Ik ook, moet ik zeggen. Als ik alle hatelijkheden aan haar adres er nog een keer op nalees, vraag ik me toch af of zelfs maar een fractie van de leden van haar haatgroep zich in de reële wereld tot dergelijke uitspraken zou laten verleiden. Ik kan het me moeilijk voorstellen. En toch vind ik niet dat we dit moeten wegwuiven met argumenten als ‘stoerdoenerij’ of groepsdruk. Dat iemand onze voorkeur niet wegdraagt in sportverband, in de culturele sfeer of in een spelprogramma, mag geen vrijgeleide zijn om iemand aan de schandpaal te nagelen. Dit gaat verder dan een gebrek aan respect. De vraag is: moeten we op één of andere manier ingrijpen? En zo ja, wat is dan de grens? Vanaf wanneer is er sprake van een inbreuk op ons recht op vrije meningsuiting?

Ons recht op vrije meningsuiting is geen absoluut gegeven. Zo is aanzetten tot geweld, racisme of xenofobie bij wet verboden. En de begrippen ‘laster en eerroof’ zijn evenmin hol van betekenis. Er bestaat met andere woorden niet zoiets als een wettelijke vrijgeleide voor het beledigen van onze ‘tegenstanders’. Daarom heeft het al dan niet verwijderen van een haatgroep volgens mij weinig te maken met het inperken van de vrije meningsuiting. Ook krantenredacties scannen de reacties van lezers op ongeoorloofd taalgebruik en grijpen in waar nodig. Alleen, in het geval van sociale netwerksites lijkt het dweilen met de kraan open. Sites als Facebook en YouTube mogen dan wel de mogelijkheid voorzien om een ongepaste reactie te rapporteren, gezien de omvang van deze netwerken is dit zuiveringsmechanisme slechts een pleister op een houten been. En dus legt iedereen er zich bij neer dat de realiteit ons vandaag geen andere keuze laat dan aanvaarden dat taalgebruik van bedenkelijk allooi en haatgroepen nu eenmaal deel uitmaken van het internet anno 2010.

Verantwoordelijkheid

En toch… Mogen we dan niet wat meer verantwoordelijkheid vragen van de beheerders van deze sites? Wat zij zelf aanvaardbaar vinden, staat immers omschreven in de gebruiksvoorwaarden. Onder de sectie Veiligheid wordt verzocht om geen hatelijkheden, bedreigingen, pornografie of gratuit geweld te posten. Hiermee leggen ze de eindverantwoordelijkheid bij zichzelf. Dan mag je toch ook verwachten dat ze gesignaleerde misbruiken aanpakken door de misbruiker aan te schrijven en, in geval van recidivisme, definitief de toegang tot hun site te ontzeggen. Als de beheerders zich niet aan het eigen huisreglement houden, is een berisping aan hun adres op zijn plaats. Het is alleszins een debat dat de overheden moeten aangaan om het virtuele comfort van de gebruikers te herstellen.

De polemiek over de deelname van Linda De Win aan De Slimste Mens heeft alvast één verdienste: dat er opnieuw gediscussieerd wordt over de net-etiquette op het internet. Een discussie die hopelijk ook gevoerd wordt op de schoolbanken want de impact van sociale netwerksites op jongeren is enorm. Willen onze leerkrachten de vinger aan pols houden en de leefwereld van jongeren optimaal betrekken in het onderwijspakket, moeten ze hen ook vertrouwd maken met de manier waarop meningen geuit worden op het internet. Als onze jongeren leren hoe ze moeten omgaan met het typische karakter van on-line taalgebruik, met jaloezie, met andere meningen en groepsdruk, zullen zij beter in staat zijn om deze waarden een plaats te geven in de virtuele maatschappij. Dat is de andere kant van het verhaal.

Er moet in ieder geval iets gebeuren. Want momenteel schieten de netwerksites hun aanvankelijke doelstelling - het (opnieuw) in contact brengen van oude bekenden en nieuwe, interessante contacten gehuld in een ‘feelgood’-sfeertje - voorbij. De degradatie tot een get together van mensen met dezelfde irritatie of aversie doet Facebook en andere twitters verzanden in een poel van haat en racisme. En dat was nooit en kan nooit de bedoeling zijn.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is