Mosseldiplomatie brengt geen soelaas voor Congo

Door Peter Luykx op 30 september 2011, over deze onderwerpen: Afrika, Buitenlandse Zaken, Ontwikkelings|samenwerking

Het is koffiedik kijken wie de volgende minister van Buitenlandse Zaken wordt, maar één dossier zal hij of zij ongetwijfeld heel snel op zijn bord krijgen: de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo.

Even ter herinnering: op 28 november vindt in Congo de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats. Op dezelfde dag wordt ook een nieuw parlement gekozen. Begin 2012 zal dan, in de beslissende tweede ronde, duidelijk worden wie het nieuwe staatshoofd wordt. Een politieke thriller zal dat niet worden. De uittredende president Jozef Kabila heeft in januari een grondwetswijziging doorgevoerd die zijn post veilig stelt. De president kan met 20% worden herkozen en de wijziging beknot ook sterk de macht van de provinciegouverneurs. Een land van 70 miljoen inwoners wordt vanaf dan op Jacobijnse wijze vanuit het presidentiële paleis geleid.

Ondertussen blijft het standpunt van ons land rond Congo vaag: van een duidelijke visie is geen sprake. Nochtans wordt al enkele jaren aan het parlement beloofd dat de (opeenvolgende) regeringen Verhofstadt II, Verhofstadt III, Leterme I, Van Rompuy I en Leterme II met een globale visie naar buiten gingen komen. Bij zijn aantreden beloofde minister Steven Vanackere hier snel werk van te maken (HBVL, “De wereld verandert niet met Afrikanota’s”, 17 april 2010). Idem voor Yves Leterme, op een blauwe maandag ook nog minister van Buitenlandse Zaken.

Maar ook zijn voorganger, Karel De Gucht, slaagde er niet in om een strategische visie te ontwikkelen over hoe de relatie tussen ons land en Congo zich in de volgende jaren moet evolueren. De stijl van De Gucht mag dan al heel verschillend zijn van die van Vanackere (de megafoon versus de stille diplomatie), inhoudelijk worden ze beiden gekenmerkt door een gebrek aan strategische visie. Wat De Gucht zei – overigens niet onterecht – over de Congolese politieke klasse, heeft weinig indruk gemaakt bij the powers that be, president Kabila en zijn entourage. De korte passage van Yves Leterme en vervolgens Steven Vanackere heeft de traditionele diplomatie van pappen en nathouden terug leven ingeblazen, met het bezoek van Koning Albert II als driest hoogtepunt.

Overigens, de laatste Afrikanota dateert uit 1999, toen vader Kabila nog de plak zwaaide in Kinshasa en er van Chinese miljardencontracten nog geen sprake was. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, stelde deze nota op, geheel in de internationale logica die paarsgroen typeerde, en waaruit achteraf bleek hoe schadelijk ze was voor onze diplomatie. Om het met de woorden van Peter Moors, de diplomatieke adviseur van premier Verhofstadt, te zeggen, in zijn boek Mister Nice Guy: “Hij (Louis Michel) besefte, vlugger dan Verhofstadt, dat België in Centraal Afrika een speler van formaat was, die op gelijke diplomatieke voet stond met Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.”

Heroriëntering nodig

Een ethische buitenlandpolitiek, die op zich nagestreefd moet worden, werd gekoppeld aan een misplaatste grootheidswaanzin. Het zou intellectueel oneerlijk zijn om de opvattingen van toen te koppelen aan de realiteit van vandaag, maar we kunnen er niet omheen dat een grondige heroriëntering van ons Afrika-beleid zich opdringt. Op dit moment is duidelijk dat ons land niet meer één van die belangrijke spelers is.  

Maar Congo blijft wel bepalend voor de Belgische diplomatie. Het is de belangrijkste partner in de bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Ook voor het ondersteunen van de verkiezingen wil ons land een niet geringe bijdrage leveren. België investeert 12,5 miljoen euro aan technische en logistieke ondersteuning voor de stembusslag. De Europese Commissie gooit hier nog eens 47,5 miljoen euro bovenop. Het ondersteunen van verkiezingen en het sturen van waarnemers is uiteraard van ontzettend belang, maar zonder een globale visie blijft dit knip- en plakwerk, waarbij diplomaten en attachés weinig politieke sturing krijgen.

Terwijl de logistieke voorbereiding niet optimaal verloopt, er al rellen uitbraken en de voorzitter van de Congolese verkiezingscommissie een aanzienlijke budgetverhoging vraagt voor de logistieke voorbereiding, blijft België bereid om Congo verder te steunen. Nochtans verklaarde minister Vanackere in de commissie dat het hem “evident lijkt dat de verdere storting van de fondsen afhankelijk zal gemaakt worden van de mate waarin de voorbereidingen van het verkiezingsproces verder correct verlopen”. Door het uitblijven van een reactie op deze gebreken verzuimt minister Vanackere de daad bij het woord te voegen.

Welk beleid moeten we dan hanteren? De “out of Africa”-piste van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Frank Vandenbroucke van medio jaren 90 moet zelfs niet helemaal gevolgd worden. Wij hoeven niet te breken met het Congolese volk, integendeel.
Ontwikkelingssamenwerking blijft een noodzakelijke ondersteuning. Maar de regering Leterme II, in lopende zaken en zonder consultatie van het parlement, heeft een kapitale fout gemaakt door 400 miljoen euro gratuit kwijt te schelden. Schuldkwijtscheldingen zijn nodig, maar dit houdt in dat de ‘partner’ zich er wel toe verbindt politieke en economische hervormingen na te streven. De kwijtscheldingsoperatie, die als enkel doel had de ontwikkelingscijfers artificieel op te smukken, heeft president Kabila er allerminst van weerhouden om de grondwet te wijzigen. Integendeel, dit was een belangrijke hefboom die we nu kwijt zijn, een hefboom om democratisering en respect voor de rechtsstaat  af te dwingen bij de Congolese machtshebbers.

Elk diplomatiek contact, elke financiële bijdrage of schuldkwijtschelding, moet getoetst worden aan de kernwoorden ‘rationalisering’ en ‘uniformisering’. Dat betekent dat we ons historisch schuldbesef ten aanzien van Congo in een hedendaags perspectief plaatsen. Het koloniale juk moet van ons afgeworpen worden. Maar het betekent ook dat we Congo geen aparte behandeling geven maar het beschouwen als een normale partner van wie we vooruitgang eisen, op politiek vlak en op vlak van de mensenrechten.

Alvorens we dus de vele communiqués mogen ontvangen van de Karmelietenstraat over hoe goed of slecht - pardon, minder goed -  de verkiezingen in Congo zijn verlopen, hoop ik van deze of van de volgende minister van Buitenlandse Zaken een globale visie te krijgen over welk partnership we wensen en waar we binnen enkele jaren willen staan in onze betrekkingen met Congo. En laten we hopen dat deze primeur voor één maal naar het parlement gaat.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is