De groeipijnen van het Europees buitenlandbeleid

Door Peter Luykx op 30 mei 2011, over deze onderwerpen: Europese Commissie

De verdieping van een coherent buitenlandbeleid is meer dan ooit nodig om van Europa een efficiënte spreekbuis te maken. Wil Europa meespelen op mondiaal niveau, dan moet het besluitvaardig en met vaste stem naar buiten treden.

Dat is de conclusie die we kunnen maken op de vergadering van de COSAC (Conferentie van Commissies voor de Communautaire aangelegenheden), een adviesorgaan dat tweemaal per jaar samenkomt, dit keer in Boedapest.

De afgelopen weken stonden de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton en haar geesteskind, de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), in het oog van de storm. Nadat de Europese diplomatieke dienst op 1 januari operationeel werd, blonk de coördinatie van dit orgaan op de internationale bühne niet uit in eensgezindheid en gelijkgezindheid. De hooggespannen verwachtingen bleven uit. In het Verdrag van Lissabon werd overeengekomen om een Europese diplomatieke dienst op te richten om het gezamenlijk optreden te garanderen en een aanspreekpunt te installeren voor de internationale partners. Dat is ook nodig om de Europese ontwikkelingshulp, de handelspolitiek en humanitaire acties te coördineren.

Gebrek aan samenwerking

Toegeven, 27 lidstaten achter één Europees standpunt brengen is allesbehalve eenvoudig. Zeker wanneer een uitgetekend organogram ontbreekt dat de onderlinge institutionele relaties en de relaties met internationale instellingen uitzet. Bovendien rekruteert de EDEO uit zowel de Commissie als de Raad. Kritische stemmen over de EDEO halen terecht aan dat een gebrek aan samenwerking tussen de EDEO en de nationale diplomatieke diensten een efficiënte werking hypothekeert. Een gemeenschappelijk en krachtig standpunt dat de landgrenzen van de lidstaten overstijgt blijft daarom uit, precies wanneer de Europese burger net iets meer van de EU verwacht.

De Arabische Lente heeft deze groeipijnen recent blootgelegd. Terwijl de dienst nog zocht naar de juiste formulering om haar afkeer voor het Kadhafi-regime te formuleren, zwierde Sarkozy de plak om het geweld te veroordelen. De raid op Bin Laden in Abbottabad was vervolgens een nek-aan-nekrace tussen Barosso en Van Rompuy om de gebeurtenis van commentaar te voorzien. Deze voorbeelden tonen aan dat Europa over een veelvoud aan stembanden beschikt. Dit falen enkel toeschrijven aan Cathy Ashton is niet correct, temeer omdat de vrees voor een logge werking reeds een feit was nog voor de oprichting van de EDEO. De profileringsdrang van de Europese grootmachten maakt het quasi onmogelijk om de eigen stem te temperen.

Bureaucratisch diplomatiek leger

Wat dat laatste betreft moeten Barack Obama en zijn Verenigde Staten enkel rekening houden met zichzelf. Met hun 13.000 ambtenaren verloopt de coördinatie van het diplomatiek korps gestroomlijnd. Naast de geschatte 4.000 ambtenaren van de EDEO, brengen de 27 EU-lidstaten in meer dan 2000 ambassades, 900 consulaten en 125 afvaardigingen van de Europese Commissie een waar diplomatiek leger op de been. Met meer dan 100.000 ambtenaren kunnen bijzonder veel mieren onder de voet van de Europese reus kietelen. Ingrepen om een synergie te bewerkstelligen zijn wenselijk, de recente eis van Ashton om het jaarlijkse budget van de EDEO met 30 miljoen op te trekken tot 490 miljoen euro is dat niet.

Door fusies en een grondige samenwerking met nationale diplomatieke delegaties ter plaatse schieten we al een eind op. Ashton mag zich niet verschuilen achter de hoge personeelskosten. Een duidelijke verantwoording voor deze vraag is enkel verantwoord voor extra humanitaire projecten of de optimalisering van ontwikkelingsprojecten.

Werken aan succesformule

Om de EDEO kans op slagen te geven is een wisselwerking en informatie-uitwisseling nodig tussen de nationale diplomatieke korpsen. Deze boodschap overkoepelt de suggesties van de Benelux tijdens de ministerraad van 23 mei. Bovendien wint Europa aan geloofwaardigheid door haar snelheid van reageren in crisissituaties op te drijven. Om deze doelstelling te verwezenlijken moeten de lidstaten hun koudwatervrees overwinnen en hun rapporten overmaken aan het PSC (Political and Security Committee). Daar is moed voor nodig, zeker wanneer inlichtingdiensten gevoelige informatie moeten uitwisselen waarbij de nationale belangen en grenzen overschreden worden. Enkel zo komt consulaire samenwerking tot stand waarbij gemeenschappelijke analyses het begin vormen van een gestroomlijnd communicatieproces.

Het buitenlands beleid van de Europese Unie heeft een boost nodig om haar noodzakelijkheid aan te tonen. Enkel met de steun van de nationale diplomatieke diensten kan het Political and Security Committee naar behoren functioneren en de middelen van de EU mobiliseren en coördineren. Door performante diplomatieke acties, humanitaire hulp op maat en de juiste scenario’s in crisissituaties dient zelfs de grootste euroscepticus de merites van EDEO te erkennen.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is